De dichter uit Daam
Adam is 96 jaar en geboren en getogen in Appingedam. Zelf noemt hij het Daam. Hij is een man van woord en beeld. Jarenlang maakte hij schilderijen en schreef hij gedichten, in het Nederlands en in het Gronings. Vooral dat Gronings ligt hem aan het hart. Zijn gedichten leest hij hardop aan mij voor in het Gronings.
“Mijn kunst werd soms al verkocht voordat het af was,” vertelt Adam met een glimlach.
Hij was lid van de Stalmeesters schilderclub en was ook vicevoorzitter bij Galerie Noordelijke Kunsthof. Kunst en creativiteit hebben altijd een belangrijke plek in zijn leven gehad.
Toch begon zijn loopbaan ergens anders. Adam werkte maar liefst veertig jaar bij de PTT, waar hij telefoonaansluitingen maakte. Een vak waarin precisie en vakmanschap belangrijk waren.
Zijn liefde voor schilderen begon al vroeg. “Ome Karel had een melkbus geschilderd en toen dacht ik: hé, dat is leuk.” Dat kleine moment bleek het begin van een levenslange passie.
Naast het schilderen kwam ook het schrijven steeds meer in zijn leven. Niet met verf en kwasten, maar met woorden gaf Adam vorm aan wat hij voelde. In de loop der jaren schreef hij naar eigen zeggen wel duizenden gedichten. Na het verlies van zijn vrouw werd dichten voor hem een manier om verdriet te verwerken. “Ik schrijf het verdriet van me af,” zegt hij.
Door artrose in zijn hand kan Adam tegenwoordig niet meer schilderen. Dat vindt hij moeilijk, want hij mist het erg. Maar helemaal stoppen met creatief bezig zijn doet hij niet. Zijn woorden zijn nu zijn manier om te blijven maken.
Naast zijn werk en kunst zette Adam zich ook jarenlang in voor anderen. Hij was achttien jaar vrijwillig chauffeur en ontving meerdere onderscheidingen. Maar Adam blijft er nuchter onder. Overal waar hij komt, valt hem iets op.
“Ik kom alleen maar lieve mensen tegen,” zegt hij. “Je moet altijd lief zijn voor elkaar.” En misschien is dat wel wat het meest bijblijft, niet alleen wat Adam heeft gemaakt, maar vooral hoe hij in het leven staat.



