hout, aandacht en een werkplaats vol verhalen…
“Wanneer ik de werkplaats van Burl Studio binnenloop, ruikt het direct naar hout en stof. Op de grond liggen krullen van vers gedraaid hout en langs de muren hangen gereedschappen netjes naast elkaar. Midden in de ruimte staat de draaimachine, waar op dat moment een houten vorm langzaam ronddraait onder fel licht.
Tijdens mijn bezoek vertelt hij over zijn werk alsof het iets vanzelfsprekends is, maar juist daardoor merk je hoeveel aandacht erin zit. Hij werkt met hout dat vaak al een heel leven achter zich heeft. Stukken met scheuren, nerven, beschadigingen of vreemde vormen. In plaats van die weg te werken, gebruikt hij ze juist als onderdeel van het uiteindelijke object.
Terwijl hij aan het werk is, vliegen de houtkrullen langzaam van de machine af. Het proces ziet er zwaar uit, maar tegelijkertijd ook heel precies. Kleine bewegingen maken een groot verschil. Hij vertelt dat geen enkel stuk hout hetzelfde reageert. Sommige stukken splijten onverwachts, andere krijgen ineens een vorm die hij van tevoren niet had bedacht.
Dat maakt het werk volgens hem juist interessant.
De werkplaats voelt niet als een fabriek waar snel geproduceerd wordt. Eerder als een plek waar tijd minder belangrijk is. Overal liggen half afgemaakte objecten, stukken hout die nog ergens op wachten en proefvormen die misschien later weer gebruikt worden. Alsof ideeën hier langzaam mogen ontstaan.
Tijdens ons gesprek vertelt hij dat hij het mooiste vindt wanneer het karakter van het hout zichtbaar blijft. Je ziet dat terug in zijn werk. Sommige schalen blijven ruw aan de buitenkant, terwijl de binnenkant juist helemaal glad gepolijst is. Het contrast tussen gecontroleerd en natuurlijk blijft steeds terugkomen.
Wat me vooral opviel, is hoeveel rust hij lijkt te vinden in het maken zelf. Het draaien van hout is voor hem niet alleen techniek, maar ook concentratie. Een manier van bezig zijn waarbij alles even draait om materiaal, vorm en aandacht.
Ondertussen vertelt hij verhalen over stukken hout die ergens gevonden zijn, soms oud, beschadigd of vergeten. Juist die stukken vindt hij interessant, omdat ze al iets met zich meedragen voordat hij eraan begint.
In de werkplaats lijkt niets helemaal perfect te hoeven zijn. En misschien maakt dat het juist mooi.
De objecten voelen niet strak of industrieel, maar levend. Alsof de boom waar het hout vandaan komt nog steeds een beetje aanwezig is in het eindresultaat.
Toen ik wegging, bleef vooral dat gevoel hangen. Dat hier niet alleen dingen worden gemaakt, maar dat er echt gekeken wordt naar materiaal, tijd en aandacht.
En dat voel je terug in alles wat er in de studio staat.”



